Door de dood van Joost Zwagerman kwam een fascinerend feitje naar boven. Toen Joost Zwagerman zijn archief overdroeg aan het Letterkundig Museum, werd hij daarover geïnterviewd door HP / De Tijd.

In het interview dat werd afgenomen door Fabienne Meijer op 10-02-2015 staat het volgende te lezen:

 

Zal de collectie veel onthullen?

 

“De foto’s zijn misschien wel de kers op de taart; sommige zijn wel heel bijzonder. Maar dat is niet het enige wat ik heb geschonken. Ook mijn contracten, pagina’s uit dagboeken en brieven zijn vanaf nu in te zien door iedereen die dat maar wil.

“Soms kom ik in het archief iets tegen waarvan ik was vergeten dat het bestond. Zo wist ik bijvoorbeeld niet meer dat ik in oktober 2004 heb gecorrespondeerd met Theo van Gogh over een plan dat hij had voor een nieuwe film. Hij wilde het leven van Boudewijn Büch verfilmen. Ik had hem toegezegd het scenario te schrijven. We hadden in oktober 2004 nog afgesproken in een café in De Pijp in Amsterdam. Theo zou met vakantie gaan en na thuiskomst weer contact met me opnemen. Drie dagen na zijn vakantie werd hij vermoord. Misschien dat deze correspondentie interessant is voor de biograaf van Büch. En dan noem ik maar één aspect uit een papieren archief dat bijna tien meter lang is.”

De beelden zijn snel gevormd. Dat een film van Theo van Gogh met een scenario van Joost Zwagerman gewijd zou worden aan Boudewijn Büch. Nu is het natuurlijk verleidelijk te filosoferen, waar de film precies over gegaan zou zijn. De totstandkoming en inspiratie voor De Kleine Blonde Dood zou waarschijnlijk met mooiste onderwerp zijn. Hoe is Boudewijn ooit tot de roman gekomen, waarbij zijn inspiratiebron literair zou laten omkomen. Dat zou met een scenario van Zwagerman zeker een mooi scenario hebben opgeleverd. Het is nu nog enkel gissen… En treuren over het feit, dat deze drie heren er alle drie niet meer zijn.